KU Leuven
Faculteit Theologie & Religiewetenschappen
Thomas © 2002 - 2012
In dit hoofdstuk willen we een soort 'evaluatieschema' introduceren. Het bevat een aantal aandachtspunten die we in al onze bezinningsmomenten en liturgische vieringen zouden moeten nastreven. Dit 'evaluatieschema' kan op twee manieren gehanteerd worden:
Model van vragenlijst
1
|
a |
Wat wilden we met de viering doen/bereiken/vieren? |
| b | Welk 'soort' van viering was het: een duidingsmoment, een niet-eucharistische viering, een eucharistieviering, een verzoeningsviering? Waarom hebben we juist die vorm gekozen? Sloot die vorm het best aan bij onze doelstelling? |
|
2 |
a |
Sloot het taalgebruik van de viering aan bij de leefwereld
van onze jongeren? |
| b | Is de voorganger-opvoeder erin geslaagd de link te leggen tussen leven en liturgie? | |
3 |
a |
Welke symbolen en symboolhandelingen werden aangewend? |
| b | Hoe en door wie werd het thema gevisualiseerd? Hoe en door wie werd de vieringsruimte 'aangekleed'? Hebben de beelden en symbolen de jongeren geraakt en aangesproken? |
|
| c | Zijn we erin geslaagd het 'verbalisme' (teveel woorden) en het 'ritualisme'/'rubricisme' (starre gebondenheid aan officiële richtlijnen en schema's) van zoveel vieringen te doorprikken? | |
| 4 | Was de viering bron van gemeenschapsvorming en vreugde?
|
|
5
|
a |
Hoe zat het met de inbreng van de jongeren? Bij de voorbereiding:
|
| b | In de viering zelf:
|
|
| c | Waren de jongeren voorbereid op de viering?
|
|
Vragenschema ter voorbereiding of evaluatie van een viering
Opgelet:
soms kun je een waardecijfer geven, soms moet je een woord invullen.
Vragen |
Evaluatie |
||||||
5 | 4 | 3 |
2 | 1 |
|||
1 |
a |
Wat wilden we bereiken met de viering? |
|||||
Geslaagd…? |
|||||||
Was de doelstelling duidelijk afgebakend? |
|||||||
|
b |
Welke soort viering gekozen? |
|||||
Waarom deze vorm? |
|||||||
Sloot de vorm goed aan bij de doelstelling? |
|||||||
2 |
a |
Taalgebruik aansluitend bij de leefwereld van de jongeren? |
|||||
Verstaanbare taal voor jongeren? |
|||||||
Welke symbolen gebruikt? |
|||||||
|
b |
De voorganger |
|||||
3 |
a |
Welke symboolhandeling aangewend? |
|||||
Nieuwe of bestaande symbolen? |
|||||||
Hoe overgekomen? |
|||||||
|
b |
Hoe het thema gevisualiseerd? |
|||||
Hoe de vieringsruimte aangekleed? |
|||||||
Sprak de visualisering aan? |
|||||||
|
c |
Verbalisme en ritualisme doorbroken? |
|||||
4 |
De viering, een bron van gemeenschapsvorming? |
|
|
|
|
|
|
een bron van vreugde? |
|||||||
voor alle deelnemers? |
|||||||
5 |
Inbreng van jongeren |
||||||
a |
Bij de voorbereiding |
||||||
thema bepalen en uitwerken |
|||||||
teksten zoeken en schrijven |
|||||||
uitnodigen van leeftijdsgenoten |
|||||||
............. |
|||||||
............. |
|||||||
|
b |
In de viering |
|||||
lezen van teksten |
|||||||
musiceren |
|||||||
stellen van symboolhandelingen |
|||||||
samen bidden |
|||||||
............... |
|||||||
............... |
|||||||
|
c |
Jongeren voorbereid op de viering? |
|||||
Hoe? |
|||||||
Door wie? |
|||||||
Wanneer? |
|||||||
Andere suggesties bij de viering:
|
|||||||